Anton Pavlovitch Tchekhov

Un cas de pratique médicale
Ces 26 récits, écrits entre 1882 et 1898, tournent essentiellement autour des relations homme-femme: riche héritière dépressive ou officier timide marqué par un baiser qui ne lui était pas destiné (Un cas..., Le Baiser), pièges tendus pour contraindre l’homme au mariage (Au bain, Raté, Journal d’un homme emporté). La tentation est bien grande (La Pharmacienne), surtout pour des moines (Sans titre), la vengeance du mari trompé n’est pas si simple (Le Vengeur, Une vengeance), et quand on pourrait être heureux, il y a toujours un empêchement (Le Méchant Garçon, En villégiature), surtout si on remonte... dans le mauvais train (Un homme heureux) ou que l’on est le cadavre dans une enquête policière rondement menée (L’Allumette suédoise). Avec humour, en variant les situations cocasses, avec gravité aussi, Tchékhov nous dit la difficulté de vivre et de partager le bonheur. «Tout l’univers, toute la vie lui parurent une farce absurde, sans but.» (Le Baiser)

Judith Tarr

Une pluie de Princes
Prince héritier de l'empire de l'Est et prince héritier de l'empire de l'Ouest, ils étaient ennemis de naissance. L'un était noir de peau, les cheveux et la barbe rouge, fils de l'héritier du Soleil. L'autre était blond et pâle, fils de l'Empereur au masque d'or. Lorsqu'ils se rencontrèrent, c'est lui qui était pourchassé, victime d'un complot. Il se crut sauvé par une sorte d'ermite fou, prêtre du Soleil et barbare sans culture. Leurs deux empires s'apprêtaient à la guerre, sous n'importe quel prétexte. Les deux princes voulaient sauver la paix. Ils voyaient plus loin que leurs pères. Ils ignoraient quels périls ils allaient devoir affronter, la douleur de la magie qui leur permettaient d'assumer leur amour devant leurs peuples, de leur promettre un héritier pour régner sur un monde enfin uni, de lutter en ne formant plus qu'un seul être, doué d'une seule magie.

Michel Tournier

Vendredi ou les limbes du Pacifique

Leo Tolstoy

0300203942

Dustin Thomason

21-12
Hace cinco siglos, los inquisidores españoles quemaron más de 5.000 libros sagrados mayas. Hasta ahora se creía que sólo cuatro códices se habían salvado, pero Chel Manu, conservadora de antigüedades del Getty Museum de Los Ángeles, acaba de descubrir un quinto manuscrito, el único que narra el terrible final de aquella civilización. Mientras tanto, un hombre ha sido ingresado en el Hospital Presbiteriano con síntomas de insomnio fatal. Gabriel Stanton, una de las principales autoridades del mundo en la investigación de enfermedades relacionadas con los priones, se enfrenta a un escenario sorprendente: las víctimas de ese extraño mal se multiplican y la cura podría esconderse en el códice que Chel Manu intenta descifrar. 21-12 es una carrera contrarreloj que absorberá al lector con su ritmo implacable y los secretos que alberga. Tal vez la respuesta al fin del mundo se esconda en el interior de sus páginas.

Pratchett Tery

Posterijen

Feucht von Lippvacht is een bekwame oplichter en bedrieger. Nu moet hij opeens kiezen en zijn leven hangt af van waar hij voor kiest: zich (toch nog) laten ophangen of doorleven. Een moeilijke keus, want leven betekent bergen post van jaren her bezorgd zien te krijgen, ondanks weerwerk van regen, honden, de Vak- en Gezelligheidsbond van Postbeambten, de boosaardige topman van Het Hoofdaderlijk Semafoornetwerk en een middernachtelijke moordenaar. Dat wordt toch geen lachen? Maar misschien is een bekwame oplichter juist geknipt voor het postvak. En wie weet houdt hij er nog een afspraakje met de aanbiddelijke Adora aan over.
Lees en duik onder in dit kronkelverhaal over een nutteloos geworden nutsbedrijf. Griezel, gniffel en vergeet alles om je heen. Leer hoe jaren te laat bezorgde brieven verdriet en vrolijkheid kunnen brengen. Postmoderne spanning in een leuke hernieuwde kennismaking met Ankh-Meurbork, die lachspiegel van elke stadscultuur.

Havank Terpstra

32 De erven Mateor
13 jaar gelden speelde de NV Mateor zich af, een organisatie die mensen afperste en met pijnlijke nauwkeurigheid zijn afspraken na kwam. Lord Crainford bleek het brein, hij ontvoerde zelfs zijn eigen kind om geen verdachte te worden, en toen Lady Ellen hier achter kwam schoot zij hem neer. De schuld werd door Bruno Silvère en de Schaduw in de schoenen geschoven van ene Moberley welke toch al zoveel op zijn kerfstok had. De "gezellen" Silvère, Manon, Aranea, Harro Vance en Anna-Marie zijn uitgenodigd voor een vakantie bij de Schaduw. Maar er duiken brieven op, maar nu van "De erven Mateor" en zeker niet minder duidelijk, bovendien vermeld nu de brief een president-commissaris genaamd Charles Carlier. De mensen ontvangen een brief en een zwarte plasticzak ... voor hun hoofd (dit was afgekeken uit Engeland). De ongelukkigen zijn o.a. Mortimer Mortlake begrafenis ondernemer "de laatste snik", filmster Anita Vesuvia welke wordt bijgestaan door haar impresario Kuchenscheifel, en bankier monsieur Lepauvre. Aan commissaris Chatillard uit Cannes vraagt de Schaduw om bescherming te bieden maar Chatillard en Harro falen als zij zich tijdens de premiére van Vesuvia's film "De ontvoering uit het paradijs" laten afleiden door een pistoolschot. Zij wordt ontvoerd door de twee heren Leblanc en Lenoir die als chauffeur en huisknecht "werken" bij Lepauvre maar vooral afwezig zijn. Voor de deur van haar huis in Parijs worden Lady Ellen en Silvère neer geschoten, zij werd ook gechanteerd waarbij men dreigde de waarheid te onthullen van haar moord. Silvère heeft slechts een kleine wond maar Lady Ellen overlijd aan haar verwondingen, een buikwond. Mortimer heeft pas een nieuwe vriendin ene Jeanne Blancher, deze blijkt een achterlijk zoontje te hebben die 13 jaar oud is en in haar huis ontdekt de Schaduw een foto waar Moberley op staat (zij zouden trouwen....), de oma weet van niets. Later wordt Jeanne gewurgd en met een plasticzak op haar hoofd aantroffen in een hotelkamer met Mortimer die half vergiftigd is. De Schaduw merkt dat er in het huis van Lepauvre meer leven is dan je zou verwachten en vermomt als boertje komt hij Leblanc en Lenoir op het spoor en wil zoals gewoon weer alles alleen doen, maar laat wel een briefje achter. Hij dood Leblanc en Lenoir en bevrijd daar Kuchenscheifel maar deze blijkt het brein achter de zaak te zijn samen met Jeanne. Mortimer bleek het kunstje van de Erven Mateor te gebruiken en had Lepauvre met behulp van zijn schoonzuster die daar werkster was vermoord net voordat de Erven hem willen uitmelken. Deze wilden wraak nemen, Jeanne wilde hem vergiftigen (maar het was te weinig) en Kuchenscheifel wilde ook van Jeanne af en hij wurgde haar met de "de erven Mateor plasticzak" en niet met een Mortimer zak zoals de Schaduw ontdekte. Dit verklaarde ook waarom de sleutel beneden bij de balie was weggelegd en hun boven lagen. De Schaduw weet Kuchenscheifel te ontmaskeren als het brein achter alles, en Silvère weet nog net te voorkomen dat Kuchenscheifel de Schaduw neer schiet.

Havank Terpstra

33 Mysterie op Mallorca
Onze Schaduw reist alleen met de trein naar Barcelona met als doel om samen met de gezellen een vakantie op Mallorca door te brengen als zijn aandacht wordt getrokken door een vrouw die hij ook heeft gezien in het Russisch vliegtuig waarmee hij is terug gekeerd naar Parijs. Met behulp van de Spaanse politie, en met behulp van Don Jaime Miralles y Moro (een hoge politie functionaris uit Madrid) komt hij er achter dat de vrouw zich Elisabeth Nordvanger heet en op een Zweeds paspoort reist. Overigens stond in haar paspoort geen visum voor Rusland en dat is merkwaardig. Aan boord van het schip de "m.s. Mallorca" blijkt zij de vriendin van Don Queso. Don Queso is ook op weg naar mallorca, en Elisabeth Nordvanger blijkt ook recht te hebben op de naam Betty Maclain. Haar man is eigenaar van 2 wereldbekende weekbladen, ze is Zweeds van geboorte en Brits door huwelijk en journaliste. Aan boord van het schip wordt omgeroepen dat er een dringend bericht is voor ene mr. Timothy Theobald Tumbril uit Manchester, dat blijkt onze Schaduw te zijn en het bericht is afkomstig van Don Jaime die schrijft dat hij hem niet persoonlijk kan verwelkomen. Dan valt er een man overboord en de Schaduw grist een verrekijker en ziet duidelijk dat de verdrinkende man vreemde verwondingen heeft. Het schip moet buiten de haven blijven om de moordenaar te vinden, de kapitein en Don Jaime proberen te achterhalen wie de ongelukkige was. Ze ontdekken dat ene meneer Robinson en een meneer Vandamme worden vermist maar te laat dat ene Pedro Machado zich bij de controle dubbel heeft gemeld. De Schaduw ontdekt dat de vermoorde Robinson is, journalist van beroep besluit de verleidingen van villa Las Golondrinas (de zwaluwen) te weerstaan om zich als deze journalist uit te geven en in het hotel "Los Angeles" te El Arena van de eigenaar Campanal. Don Jaime laat weten dat hij nog is benaderd door ene meneer Walpole die heel graag de Schaduw had willen spreken maar dat hij net was vertrokken van Mallorca en dat deze man de laatste tijd veel bezoek gehad van een journalist genaamd Smith. Deze meneer Walpole belt de Schaduw op in het hotel en verteld dat hij vermoed dat e.e.a. te maken heeft met een historische figuur de smokkelkoning Don Juan Machado. De Schaduw bezoekt de grotten in Porto Cristo met zijn "olifantenzaal" en "het meer der verrukkingen" en ontdekt daar dhr Porteportier (oud portier van Sûreté Nationale) en zijn vrouw. Dhr Porteportier draait voor de bezoekers een adagio van Beethoven maar de Schaduw hoort in de muziek een paar kloppen te veel. Een maal terug doet Queso wel heel erg poeslief, hij blijkt hulp nodig te hebben voor Elisabeth op wie hij verliefd is, de Schaduw gaat naar haar hotel Rosamar en treft nog iemand aan met de zelfde interesse maar de man Adriano (werknemer van het hotel die de sleutel van het kamermeisje Maria had gekregen) ontsnapt. Nog die zelfde dag wordt de Schaduw ontvoerd, de Spaanse politie vindt zijn sigarenkoker en zakagenda met de aantekening over de muziek in de grot. Silvère ondervraagt dhr Porteportier grondig over zijn aandeel in de affaire en zet hem voorlopig vast. (Hij moest een "Spaans mopje" draaien i.p.v. Beethoven als er iemand rondneusde) Bruno Silvère en Harro Vance gaan s' avonds naar de grot en komen de Schaduw en meneer Smith tegen. De Schaduw weet nu mede dankzij de journalist Smith hoe de vork in de steel zit. De vroegere Juan Machado had een schip met goudstaven gekaapt dat op weg was naar Afrika echter hij vertrouwde dit geheim slechts toe aan een paar van zijn vele zonen. Zij gebruikten de goudvoorraad slim maar het lekte toch uit, 1 van de schoonzonen welke niet tot de bevoorrechten behoorden schreef een biografie over de legendarische smokkelkoning met een verwijzing naar de goudroof. Zijn nazaten, de bevoorrechte, proberen kosten wat het kost alle exemplaren te vernietigen en verdere publicaties te voorkomen. Elisabeth die in een echtscheiding ligt met haar man verdenkt haar man Maclain (zijn eerste vrouw was een Machado!!) dat er veel meer geld te verdelen is en stuurt Smith, waar ze verliefd op is, naar Mallorca voor een reportage. Hij komt achter de waarheid en wordt ontvoerd zodat Elisabeth zelf ook naar Mallorca komt. Een andere journalist Robinson raakte via Elisabeth ook op de hoogte van het verhaal en was op weg naar Mallorca om e.e.a. uit te zoeken. Mr. Maclain had echter Vandamme ingehuurd om andere nieuwsgierige lieden te stoppen en deze heeft Robinson vermoord. Vandamme wordt bij Pedro Machado in huis aangetroffen en Mr. Maclain wordt aangetroffen in de kamer van Elisabeth en worden gearresteerd. Het is duidelijk dat Elisbeth voor Mr. Smith kiest en de Schaduw zegt tegen Don Queso het overbekende "C'est la vie"

Havank Terpstra

34 Schaduw achter tralies
Jacque en Louise Lapin waren en liefdevol stel en ruim van opvatting, zij verleidden eenzame echtlieden om deze dan zelf te betrappen en de bedrogen andere helft dan om schadeloosheid te vragen. Dit lukte zeker een keer of 6 grandioos en de personen in kwestie betaalden het gevraagde bedrag en gingen uit schaamte niet naar de politie. Totdat een vriend van de Franse minister van justitie spijt kreeg van de betaling en hem zover kreeg om de Sûreté Nationale er op te zetten en de Schaduw naar Berlijn reist. Hij werkt daar samen met rechercheur Rudi Klofat, die hem parkeert in "Hotel am Zoo". Als hij opzoek gaat naar Jacque en m.b.v. een ladder vindt treft hij hem dood aan in zijn flat, hun laatste slachtoffers meneer en mevrouw Wohlschein verklaren thuis te zijn geweest en gezien hun hoge sociale status onderneemt de Berlijnse politie geen verdere actie. Even lijkt het er op dat de zaak is afgedaan en de Schaduw reist terug naar zijn Villa waar de gezellen wachten. Echter de weduwe Louise Lapin belt de Schaduw op en weet hem over te halen door te vertellen dat meneer en mevrouw Wohlschein in de flat aanwezig waren op de dag van de moord. Bovendien zo zegt ze heeft hun huismeisje Ilse Brun verklaard dat het echtpaar die avond niet thuis was en at hij ook maar eens in "Café Adolf Brandt" moet informeren. De Schaduw reist terug met Bruno, Harro en Anne-Marie en hij bezoekt Schossemayerstrasse 76 c.q. het Friedenhof al waar hij Ilse Brun waarschuwt voor het einde der wereld. Hij valt echter door de ruit als hij zich verbergt voor de zoon des huizes die een gruwelijke hekel heeft aan zijn stiefmoeder.. Hij besluit om maar eens "Café Adolf Brandt" te vereren met een bezoek en onder het genot van jeverbier blijkt dat onze Adolf hoewel altijd met zijn rug naar de Schaduw niet liegt als hij zegt "mij ontgaat niet veel". Hij bevestigd dat de Wohlschein's die avond niet thuis waren en dat ze bij hem een blik benzine hebben overgenomen omdat ze zonder stonden. De Schaduw weet Klofat te overhalen de flat van Lapin op vingerafdrukken te onderzoeken en die met de Wohlscheins te vergelijken. Deze verklaren nu ieder afzonderlijk dat de ander het gedaan heeft hetgeen een dilemma is. De Schaduw besluit zijn neus te steken in het ongeluk wat de eerste vrouw van Wolhschein is overkomen en weet ene Tilbersanne (schijnbaar een hoge autoriteit te overhalen) en het spoor leid na een tip van de niets ontgaande Adolf naar Oost-Berlijn al waar de dochter woont van de Wohlschein's. Als de Schaduw en Harro voor de tweede maal de bustour door Oost-Berlijn maken blijven ze achter bij het oorlogsmonument en gaan op zoek naar Böhmerstrasse 137 III. In een café overmeesteren ze een vredelievende VOPO waarna Harro de kleren van de ongelukkige moet aantrekken. Harro gaat naar 137 III klopt aan en verteld dat hij mevrouw Lapin komt halen, dan stopt er een taxi voor met August (junior) Wohlschein en het gaat mis, ze slagen Harro neer en vluchten. De Schaduw ziet de mensen vluchten maar kan Harro niet achterlaten dus gaan ze terug naar West-Berlijn. Onderweg verteld hij nog tegen Harro dat de moeder van de eerste vrouw van Wohlschein was ook een Lapin en dat hij (als moordenaar) en Anne-Marie (zij was schoonmaakster) de gevangenis in zijn gegaan om de Wohlscheins uit te horen. Het rare is echter dat meneer zegt dat Louise naar Parijs moet gaan en mevrouw zegt dat ze niet naar Parijs moet gaan, wie beschermen ze? Via Gretchen Ruppert de dochter van de buurman van Lapin (psychiater) komt de Schaduw er achter dat Louise Lapin thuis was op de dag van de moord. Na een hint van Adolf Brandt dat Louise bij hem op een kamer verblijft komt de Schaduw achter de waarheid wie de moordenaar is namelijk August Wohlschein. De Schaduw weet n.l. uit een brief die hij uit het huis in oost-Berlijn heeft meegenomen dat de Lapin's de Wohlschein's niet afperste wegens overspel maar wegens een vermeende brief die licht op de dood van de eerste vrouw van Wohlschein zou werpen. Adolf de niets ontgaande barman met ogen in zijn rug en welhaast paranormale gaven blijkt ook te hebben voorzien dat een goed geplaatst microfoontje en een recorder soms zijn nut hebben. De Schaduw erkent dat de barman Adolf eigenlijk de belangrijkste rol heeft gespeeld, tja zegt Adolf maar jij krijgt de eer. Hierop weet de Schaduw eigenlijk niets anders te zeggen dan...'C'est la vie'.

Havank Terpstra

35 Schaduw aan de donau
De Schaduw en Uyttenbogaert zijn met hun partner Aranea en Elly in Wenen voor het bezoeken van een internationaal politiecongres. Tijdens een bezoek aan de staatsopera (La Traviata) verveelt de Schaduw zich mateloos maar als hij een jonge Wienerin uit het zigeunerkoor in het blauw ontwaard geniet hij weer. Uyttenbogaert, welke verzot is op "Obsttorte" leest in de plaatselijke krant dat een oude bekende van hem, Jacobus Vedeler, met een grote hoofdwond uit de Donau is gevist en meteen is het congres niet meer interessant en het Prater (groot amusementspark) eigenlijk ook niet. Als ze horen van inspecteur Fruhsommer dat hij bij de staatsopera heeft gewerkt, en mogelijk soms een baard draagt volgens sommige, besluiten ze een bezoek te brengen aan het Wienerinnetje dat Ingrid Wächter heet en in de Gredlerstrasse op nummer 11 woont. Het enige wat Ingrid te zeggen had was dat een goede man was en ontslagen bij de staatsopera omdat hij steeds te laat was. De Schaduw ontdekt een foto met Heilsoldaten maar Ingrid wilt er niets over kwijt en hij krijgt het gevoel dat ze dingen verzwijgt. Als hij de volgende dag verkleed als een mannetje van het gas langs gaat is er een vreemde man bij haar die zeker geen amateurs en een roodharige chauffeur. De Schaduw wordt verdooft en Ingrid ontvoerd en belt de Weense politie en die komt in de vorm van de heren Pfifferstein en Steinpiffer. Tijdens het wachten ontdekt hij nog een foto met Ingrid en een man met een baard, een pak met geld en naast de telefoon een krabbel met hierop "Ga naar de villa van Zaubernicht, Heiligenstadterstrasse 189. Hij maakt hier tegenover de Weense politie geen gewag maar gaat samen met Uyttenbogaert op onderzoek uit en komen op de begrafenis van Zaubernicht die iets heeft met heilsoldaten en de Schaduw pikt wat brieven.. Na de begrafenis moet onze Schaduw beslist het lijk eens bekijken en stuurt Uyttenbogaert terug voor het openbaar maken van het testament. De Schaduw ontdekt dat de man in de kist de roodharige chauffeur is en niet Zaubernicht en Uyttenbogaert dat het heilsleger een heel klein bedrag onder voorwaarde dat het wordt aangewend ter verbetering van de zangkunst. Ingrid erft bijna alles, dit tot zeer groot ongenoegen van "kapitein Baraltenherr" (de man die de Schaduw verdoofde) en de voorganger. De kapitein is zeer wantrouwig en de neemt Uyttenbogeart gevangen en gaat Ingrid gezelschap houden. O.a. via de brieven komt de Schaduw er achter dat Ingrids vriend, Peter Andersnicht, geld van Zaubernicht krijgt om een eigenbedrijfje te beginnen en de Schaduw gaat na het thuisfront te hebben gewaarschuwd op oorlogspad. Hij beland in de kelder en raakt opgesloten maar weet de huisknecht op passende wijze te overhalen hem te bevrijden waarna hij Peter Andersnicht tegen het lijf loopt en zij gaan samen ten strijde. Na een gevecht met Baraltenherr en de voorganger (die nu een paar vingers moet missen) weten ze tenslotte Uyttenbogaert en Ingrid te bevrijden uit het tuinhuisje. In de tuin loopt de inmiddels gewaarschuwde politie de echte Zaubernicht tegen het lijf. Deze heeft een jaar opgesloten gezeten in Hongarije, hier ontmoette hij Jacobus Vedeler die kort na de kennismaking werd vrijgelaten echter per ongeluk met de kleren en papieren van de echte Zaubernicht en zo doende zijn plaats innam.

Havank Terpstra

36 Zes Schaduwen in de sneeuw
Het dwergstaatje Andorra wordt opgeschikt als er voor het eerst sinds heugenis een moord wordt gepleegd. Omdat de Franse president in naam dan toch de titel "Prins van Andorra" draagt zal hij hulp sturen in de vorm van hoofdinspecteur Charles Carlier aangezien Bruno Silvère en Manon op ski-vakantie zijn (en toevallig ook in Andorra). De Schaduw gaat daar de politiechef patron Jacques Briones bijstaan welke daar de leiding heeft over alle 15 politieagenten die Andorra rijk is. Er is daar 1 van de 6 burgemeesters (maire) vermoord ene Auguste Aubrespry, tevens hotelhouder, en zijn sleutel is ook weg. De sleutel is er 1 van de 6 welke nodig zijn om de kast in het regeringsgebouw het Casa de la Vall te Andorra la Vella te kunnen openen en niemand van buiten Andorra mag weten wat er in zit. De Schaduw logeert in hotel Refugi Els Isards alwaar hij door Manon wordt bezocht. Zij en Bruno logeren in hotel Pic Mari waar de laatst genoemde rust moet houden ivm spierpijn en blauwe plekken. Als hij met de weduwe Aubrespry gaat praten komt hij er achter dat de maire van Ordino in de nacht van de moord ook in het hotel heeft geslapen. De Schaduw bezoekt het Casa de la Vall en bekijkt de eerder genoemde kast. Hij besluit om de president te gaan opzoeken. meneer Guillermo de horlogemaker die tevens president is maar ook erg ziek. Hij voelt zich nog slechter als hij merkt dat ook zijn sleutel weg. Als de Schaduw terug wil reizen hoort hij dat de maire Jean Peytari is doodgeschoten maar dat zijn sleutel er vreemd genoeg nog wel is. Dan besluit de Schaduw om de overige maires ook te gaan bezoeken en gaat verder naar Ordino al waar hij verblijft in hotel Quim en uitzicht heeft op de casamangaberg. Van de weduwe Peytari mag hij even de sleutel lenen en hij belt met Manon want er zit avontuur in de lucht! De sleutel blijkt niet te passen...op het slot van Ordino maar wel op het slot van Pas de la Casa volgens de trotse ontdekker Briones hetgeen natuurlijk wel erg vreemd is. Verder zie hij in het dorpje een bordje met "Barthélemy Coll","Sleutelmaker" en hij besluit om deze s' nachts met een bezoek te vereren, samen met Manon. Hij treft daar een sleutel aan en wordt betrapt maar gelukkig te ontsnappen. De Schaduw heeft een vermoeden dat de oplossing buiten Andorra ligt en besluit om als professor met zijn assistente Manon een onderzoek te stellen naar de streekgeschiedenis en komt uit in het plaatsje Anserall wat net over de grens in Spanje ligt. Hier spreken ze met de zeer oude onderwijzer Marty die nog weet te vertellen dat op 19 september 1908 er een vrouw het dorpje aandeed die perse wilde bevallen in Andorra maar het niet haalde en terplaatse beviel. Van de maire Guillaume Brevier uit Sant Julià de Lòria wordt hij niet wijzer, deze heeft nog wel zijn sleutel. In de maitre van La Massana herkent hij Louis Dambois van een eerdere ontmoeting. Als hij hem verteld dat hij zijn sleutel bij de slotenmaker heeft zien liggen worden hij en Manon door hem en een achterlijk kind (de zoon van Peytari) ontvoerd en naar een smokkelhut gebracht in de bergen. Gelukkig worden ze gered door Silvère en de Schaduw gaat daarna midden in de nacht langs bij de maire van Encamp. Bij deze maire Pierre Sié van beroep touwmaker haalt hij een touw op waarmee hij het Casa de la Vall binnendringt en de geheimen van de kast ontrafeld. Na van de inhoud te hebben kennisgenomen weet de Schaduw alles, alleen...hij kan er niet meer uit dus belt hij patron Briones op om hem te ontzetten. De kast bevat documenten over de asielrechten en onafhankelijkheid van Andorra alsmede degene wel het recht op asiel hebben aangevraagd. Hij ontdekte al eerder dat de vrouwen van de 2 vermoorde maires uit Spanje kwamen én dat de weduwe Peytari-Cueva net buiten Andorra is geboren. De maire Peytari moest niets van zijn ongelukkige zoon weten en kon hem niet velen, zijn moeder verwende hem echter. Het was mevrouw Peytari die de moorden pleegde omdat volgens het asielrecht de bezittingen overgingen van geslacht op geslacht behalve aan personen die niet in Andorra geboren zijn. Van de vader had hij, ondanks zijn vele bezittingen niets te verwachten dus...het zag er slecht uit voor hem. De zoon had na een paar glazen teveel hierover iets losgelaten tegenover de schoolmeester, maitre Dambois en hij wist de moeder te overtuigen om de sleutels te stelen. Het mysterie van de verdwenen sleutel van de president kwam ook tot een oplossing, deze was meegenomen door zijn dochter omdat voor school een voorwerp moest meenemen om op te poetsen en zij was hem verloren!!.

Havank Terpstra

37 Schaduw's bedevaart
De Schaduw krijgt een telefoontje uit Lourdes van Veronica, (marquise van Agincourt en vrouw van Percy), haar vriendin Barbara Gubbins en plaats genood, is na het drinken van water uit Lourdes zeer waarschijnlijk overleden aan vergiftiging. De Schaduw vertrekt met toestemming van Silvere naar Lourdes en spreekt daar eerst Percy die hem verteld dat hij haar vriendin niet mocht en dat Veronica de laatste tijd erg nerveus is en slecht eet. Overigens was het Barbara die Veronica overhaalde om naar Lourdes te gaan. Hij neemt zijn intrek in hotel `de Padoue` en maakt ook kennis met de plaatselijk commisaris Courouau die nog niet is overtuigd dat er sprake is van moord. De Schaduw vindt dat Veronica wel erg nerveus is en regelmatig rond kijkt maar zij neemt hem niet volledig in vertrouwen. Wel komt hij er achter dat ze bang is van een man die lijkt op een priester en rondloopt met een zonnebril ene Williamson (William Barry). Per toeval ontmoet hij daar ook Flippie (Freddie Doncaster) die daar als ziekebroeder rondloopt en aardig vroom is geworden door het toedoen van zijn vrouw welke 3 kinderen heeft. De lijkschouwing van Barbara levert op dat zij verslaaft was aan morfine en vergiftig is. Dhr. Peyermale hoofdverantwoordelijk van het water reageerd furieus op vragen van de Schaduw maar maakt hem niets wijzer. De morfine die Barbara gebruikte kwam van de plaatselijke dokter Ravier ook Veronica bezocht deze arts. Als de stimmulant, zolas Flippie zijn patient noemt die hij moet rondrijden, na het drinken van water ook door wat lijkt een vergiftiging overlijd ruikt de Schaduw avontuur. Hij laat Flippie zich ziekmelden zodat hij als bordenwasser in het hotel de dingen in de gaten kan houden en zelf gaat hij naar de woonplaats van Veronica en Percy, Roxton in Engeland. Hij praat daar met Porter de plaatselijke agent, en hoort van zijn vrouw dat William Barry voor dokter heeft geleerd en van Barry senior dat hij vroeger met de familie Robson & Watford (familie van Veronica) op East End, Bethnal Green heeft gewoond. Daar praat hij met dhr Robson en vindt uit dat deze zijn ene zoon niet meer ziet en dat Veronica´s vader in de oorlog verraad heeft gepleegd toen hij in Frankrijk werkte om zijn eigen huid te redden. Flippie doet ook een belangrijke ontdekking namelijk hij ziet dat Williamson uit de kamer van Veronica en Percy komt. Hij ontdekt verder dat in het pillendoosje van Veronica 1 capsule zit die iets groter is dan alle andere, hij neemt deze mee en voert die aan de kat van de buren, Pierrot, die na een uur stokdood is. Als de Schaduw terug is weet hij de oplossing. De doktor Ravier heet eigenlijk Doktor Robson en was vroeger afgewezen door Veronica welke hij nu haatte en hij had nu een relatie met William Barry. Na de oorlog verhuisde de familie watford weer terug naar engeland maar zij woonde nog maar kort op Bethnal Green toen haar vader overleed en zij weer verhuisde, de post kwam nog geruime tijd naar het oude adres en zo kwam William achter het verleden van Veroinica´s vader. Hij dreigde het verleden te onthullen en Veronica schaamde zich hier vreselijk voor, eigenlijk moest zij ook de eerste keer sterven en niet Barbara. William dreigt nog te ontsnappen vermomd als een mummieachtige patient met exzeem maar stom toevallig moet Flippie zijn karretje duwen.

Havank Terpstra

38 Grüss Gott, Schaduw
De Schaduw is met Aranea, Bruno Silvère en Manon op vakantie in het Oostenrijkse plaatsje Semmering. In hun hotel hebben ze kennis gemaakt met een alleenstaande heer Walter Evangelist, en ze zagen een keer dat hij bezoek kreeg van een dame. Als de Schaduw bij de kabelbaan aan de voet van de Hirschenkogel staat zie hij de dame naar boven gaan. Even later hoort hij 2x een gil en komt de heer Evangelist dood naar beneden. Hij besluit snel naar het hotel terug te gaan om zijn gezellen in te lichten én om op de kamer van het slachtoffer rond te snuffelen voordat de plaatselijke politie dit kan doen. Hij maakt zich zo zeer verdacht bij de heer Spielmann de kabelbaan bediende "beneden" en aldus bij de politie. De Schaduw en Silvère vinden overigens niets bijzonders, een briefopener met de initialen BR en een stukje papier met een adres. De plaatselijke politie, politiechef Milchbrei, agenten Stiefbruder en Doppelfenster en de burgermeester August Knotsenseil bemoeien zich met de zaak. Van hun verneemt hij ook dat er in de omgeving diverse overvallen plaatsen vinden waarbij vaak 2 mannen en 1 vrouw de overvallers zijn. Hij besluit om ook eens quasi toevallig eens "boven" te gaan kijken samen met de gezellen hetgeen niet door Aranea op prijs wordt gesteld. Hij wordt neer geslagen, geboeid en geblinddoekt en hoort hoe hij net ontsnapt aan de dood door de tussenkomst van een vrouw. De Schaduw wordt vermist tot groot ongenoegen van Aranea die de vakantie weer eens ziet veranderen in avontuur, maar hij duikt weer op. Stiefbroeder blijkt ontvoerd te zijn met achterlating van een briefje wat hij op een handige manier in de handen van politiechef Milchbrei speelt en 1 in de handen van Frans Frank de kabelbaan bediende "boven". (volgens de Schaduw moet hij de vrouw in het blauw wel hebben zien uitstappen maar hij ontkent). De Schaduw kan de burgemeester overtuigen om de politie voor 23:00 uur naar de bank te laten gaan, echter de back-up komt te laat, dus moeten ze het alleen redden. Doordat er 2 man door een stoel zakken verraden ze zich zelf en proberen de boeven te ontsnappen. De vrouw tracht te ontsnappen in een lelijk eendje maar rijd zich dood. De bende blijkt de "Alpenkapel" te zijn en zij hadden hulp van Frans Frank de kabelbaanbediende "boven" en van de politieman Stiefbroeder. Echter de Schaduw die via het gevonden papiertje in dhr. Evangelist zijn kamer er achter kwam dat hij Stiefbroeder kende vermoede het verband en wist hem over te halen de waarheid te vertellen en een briefje te schrijven om de bende naar de bank te sturen. De heer Evangelist, zo bleek, kon het niet verdragen dat die dame de baas speelde hij wilde haar omleggen maar Frans Frank wist het te verhinderen. Deze laatste hielp mee om de buit boven in een schuilplaats te verbergen. De Schaduw hield zijn hand boven het hoofd van Stiefbroeder en prees bij zijn chef Milchbrei zijn inzet en het opzetten van de val. Zo komt dit avontuur ten einde maar ook de relatie tussen de Schaduw en Aranea. Zij ziet zich nimmer een goede gezel worden, alleen slechts in woord dmv het bekende "good luck". Zo komt ook een mooie relatie tot een einde....C'est la vie...

Havank Terpstra

39 De Schaduw en de Duitse dame
De Schaduw krijgt enkele dagen voor kerstmis oud minister Beauvois aan zijn buro met het verzoek om hem met uiterste discretie te helpen met een erg lastige Duitse dame die hij via een advertentie heeft leren kennen. Echter voordat hij al te veel kan zeggen wordt hij aan de telefoon geroepen en vertrekt hij met spoed naar café Ondine tegen over de Sûreté maar bereikt dit nimmer. Een gele Citroën met daarin een dame in een rode jas en een persoon met rood haar rijden hem midden op de dag mors dood terwijl de Schaduw vanuit zijn kantoor er op staat te kijken. Tijdens het onderzoek krijgt hij hulp van Jean-Pierre Iscard. Als ze het huis van Beauvois bezoeken treffen ze daar een wankele knecht Vincent aan en twee heren met indrukwekkende pistolen maar weten heelhuids te ontsnappen. De Schaduw ontdekt een advertentie van ene meneer Richard Hammerhaus uit Wiesbaden (D) met de tekst "WAAROM BENT U NOG ZO EENZAAM" en besluit te reageren. Met kerst ontvangt hij in het huis van Jean Bouveur (een kennis van Silvère) ene geheel in groene kleren gestoken fräulein Elise Herzendieb maar tijdens een bezoek aan het huis van ene meneer Robert Filo welke ook gechanteerd wordt. De heer Filo geeft net een kerstfeest met nogal opmerkelijke vrienden te vieren en wordt tijdens het bezoek gebeld door een vrouw, de Schaduw hoort de stem en Elise valt door de mand en vlucht. De Schaduw en Jean-Pierre reizen naar Wiesbaden met de trein en Filo mist deze net met achterlating van zijn koffer alwaar zij de Duitse dame weer tegen het lijf lopen. De douane neemt de koffer van Filo in beslag die veel Duits geld bevat en de heren moeten mee voor verhoor, ook het verblijf in hotel Lorelei is zeer onaangenaam. De stemming van Jean-Pierre die liever met kerst bij zijn verloofde zit zakt nog meer als de Duitse dame contact zoekt en ze in een auto lokt waar slecht pistolen wachten. Ze weten te ontsnappen aan "Elvis" en Elise doordat de Schaduw zijn persoonlijke wapenuitrusting had aangetrokken en de Duitse dame zweert dat ze dit niet geweten had, maar slechts het spelletje mee speelde etc, etc. De Schaduw laat haar gaan, bezoekt nog dhr. Hammerhaus en ontmoeten dan weer dhr. Filo die per vliegtuig is gearriveerd en zegt dat ze de boeven waarschijnlijk vinden in kasteel Käthe (naast kasteel Armande) en aldus gaan ze s'avonds op pad. Ze worden echter gevangengenomen en komen in een kerker terecht bij de Duitse dame (Monica) die uit de gratie is gevallen. Dankzij de slordigheid van de gevangennemers en het feit dat de Schaduw het dubbelspel van Robert Filo ontdekt, weet de schaduw te ontsnappen en deze gaat naar kasteel Armande waar vermoedelijk de boeven zich ophouden. Hij treft hier inderdaad de bende aan, het zijn de zelfde als op het "kerstfeestje" van Filo. Hij hoort diverse namen zoals Juno (Crapeaud), Theodore, Jimmy en ziet ook de vrouw met de rode jas en een oudere vrouw die de cheffin is en graag een ieder als rechter beoordeeld al voor deze persoon vermoord wordt. Doordat hij struikelt over een bankje krijgt hij de bende achter zich echter dmv een zogenaamde ganzenroer (een oud middeleeuws geweer) weet hij de situatie te redden. Deze blijkt tegen de verwachting in toch geladen met een mysterieus goedje die het wapen laat exploderen en het kasteel vliegt in de fik. De cheffin overleeft dit niet, de andere leden hebben in meer of mindere mate verwondingen. De Schaduw loopt slechts lichte verwondingen op en weet Elise nog te ontmaskeren als de persoon met het rode haar (pruik) welke de bestuurder was van de gele Citroën die de oud-minister vermoorde. Dan breken ook eindelijk voor hem de rest van feestdagen aan omdat hij nu alleen zonder Aranea is moet hij weer denken aan de advertentie "WAAROM BENT U NOG ZO EENZAAM" en mompelt dan ook... C'est la vie...

Havank Terpstra

40 Schaduw op de heide
Harro Vance weet Anne-Marie en de Schaduw over te halen een bezoek te brengen aan zijn geboorte streek Friesland alwaar zij kunnen logeren bij Wybe van Croningha. Via zijn tante Caroline, uit Rinsumageest, worden ze uitgenodigd voor de verjaardag van tante Elisabeth (weduwe) en ze gaan naar Drenthe om precies te zijn naar de state "Woldgarde" in Dwingeloo. Hier verblijven naast de tante Elisabeth Ebeling, Jolanda een erg mooie vrouw van in de 30 die teleur is gesteld in de liefde na een affaire met het haar piano leraar, Jonas de bediende en Roelfien het dienstmeisje. In leven was meneer Ebeling graag gezien omdat hij veel deed voor het dorp, hij had zelf een politieagent (Reiding) die mensen verraad had in de oorlog vermoord om zo andere te redden. De heer Romijn, de burgemeester van Dwingeloo komt wat later op het verjaardagsfeest want er is een lijk gevonden in een kuil. Op het feest zijn dus de burgemeester en zijn vrouw, ene meneer Wendelaar (auteur) en vrouw, ene meneer Zevenaar (campinghouder) en vrouw (zij was de dochter van de foute boer waar agent Reiding in de kost lag.) en de heer Roden (deze heeft zoals later zou blijken samen met dhr. Ebeling de agent begraven). Als de burgemeester een Romeinse gouden munt laat zien die gevonden is bij het lijk schrikt Jolanda en zegt dat hun ook van zulke munten hebben maar de weduwe reageert fel een zegt dat het andere zijn en wat later verontschuldigd zij zich omdat ze niet erg lekker is en gaat naar bed. Zij wordt later door Roelfien in bed gevonden, vermoord met een dameskous. Als Jolanda een brief van haar vader vindt en leest doet ze erg nerveus maar laat niets los, ook niet tegen de Schaduw aan wie ze vraagt om te blijven. Als de Schaduw Zevenaar wil bezoeken blijkt deze niet thuis en uiteindelijk vermoord te zijn...met een dameskous. Jolanda wil nog steeds niets zeggen en probeert zelfs samen met haar minnaar Wendelaar hem nog op een dwaalspoor te brengen door zelf een gat in haar jas te schieten en een aanslagen te ensceneren. Als de Schaduw Wendelaar een bezoek heeft gebracht wordt hij bijna gewurgd en ontvoerd door...de broer van Wendelaar, Johannes Wendelaar de ex-piano leraar. Deze compleet dolgedraaide man leefde flink boven zijn stand en zat in grote geldnood. Toen hij nog op goed voet met Jolanda stond en met de oude Ebeling, had deze hem het verhaal van de Romeinse gouden munten wel eens laten ontvallen en nu was hij overal wild gaan graven van wegen zijn geldnood. De weduwe stuurde hem een brief en dreigde hem aan te geven bij de politie en daarom vermoorde hij haar. Zevenaar vermoedde dit ook en toen hij hem betrapte werd ook hij vermoord. De helemaal doorgedraaide Johannes zegt te willen ontsnappen of zichzelf te willen doodschieten. In een gevecht om het pistool schiet de juist op tijd gearriveerde Harro, die ook vermoedde dat de onbekende pianoleraar wel eens de dader kon zijn, Johannes in zijn arm. De Schaduw schiet hem onmiddellijk door het hoofd, om de gerechtigheid. Later zucht Jolanda dat ze hem niet had moeten laten gaan voor de ander, en de schaduw die begrijpt dat de relatie met de auteur Wendelaar voorbij is voorziet de grote eenzaamheid van haar op Woldgarde met zijn al even eenzame als troosteloze heide er om heen en bromt zacht C'est la vie.

Havank Terpstra

41 Schaduw en de maagd
Croquebol vindt een agenda en zit hierin van alles instaan o.a. de geboorte datum van een juffrouw Jeanette, zij is een maagd. Op zich niets bijzonders, maar wel de vermelding dat zij over 2 dagen vermoord gaat worden. De agenda in kwestie is van ene Martin Maillot een ex-psychiatrische patiënt die de agenda later op het buro van commissaris Peugeot komt op eisen en zegt dat het slecht het gevolg was van een onschuldig spelletje. De mening van de politie is snel getrokken als er inderdaad op de bewuste datum een vrouw, een maagd, op de juiste plek dood wordt aangetroffen en Louis Peutêtre (koosnaampje Jeanette) De moeder van Martin ziet alleen maar af met hem, hij is nogal op de meisjes zegt ze, en ze zou hem het liefst weer opgenomen zien, de vader van Martin is onbekend. De Schaduw zou de zaak aan com. Peugeot hebben over gelaten als er niet een jonge vrouw Marguerite Labbé langs hem was gekomen die verklaarde dat hij bij haar was de bewuste nacht. Het blijkt dat Peugeot de getuigenis van de zuster van het slachtoffer, Albertine Peutêtre te makkelijk "ik geloof dat..." voor waardheid aanneemt. Als de Schaduw Albertine gaat opzoeken blijkt er een hele horde minnaars te zijn. De minnaars waren : Martin Maillot was al bekent natuurlijk maar er volgen nog dhr. Barbusse, dokter Rouge, dhr. Spioli, Philip de la Reine, Léon Borinage (muzikant), Arthur Fox, Jacques Bonheur, Robert "Rinkelmans" Jean Birard (horlogemaker) en Victor Jubert (wapen handelaar). De Schaduw stelt zich voor als Jean Bargehasús ook minnaar. Net als de Schaduw binnen komt heeft Spioli zojuist de heer Barbusse K.O. geslagen, hij blijkt een zware hersenschudding te hebben en mag volgens dokter Rouge niet vervoerd worden. Later tijdens het rondsnuffelen op Louises kamer alwaar de heer Barbusse te rusten is gelegd kan hij nog juist voorkomen dat Spioli hem met een mes om het leven brengt. De Schaduw stuurt er op aan dat alle maagdenrovers blijven en dat de politie er bij komt om de echte schuldige te vinden. Hij belt Silvère op welke komt als commissaris Brébar, samen met zijn secretaresse juffrouw Dinant (Manon) en een assistent die de rol van bewaker moet vervullen dhr. Pépin (Croquebol). De gasten moeten zeer tegen de zin van Albertine overnachten maar niet in huis maar in de toeristenschuur waar een aantal stinkende hokjes worden ingericht als slaapplaats. Het verhoor levert weinig op, maar als Silvère en Manon weg zijn gegaan wordt dhr. Borinage doodgeschoten nota bene terwijl hij alleen met de Schaduw in 1 hokje sliep. Uiteraard vindt een ieder de Schaduw verdachte nr. 1 en ditmaal komen commissaris Peugeot en zin assistent Lechien om de zaak te onderzoeken. Later keert Silvère terug welke Martin en zijn moeder bij heeft. (Silvère moest op verzoek van de Schaduw via een gesmokkeld briefje e.a. uitzoeken) De Schaduw wordt door dhr. Fox ontmaskert, maar hij op zijn buurt ontmaskert dokter Rouge als de moordenaar van dhr. Borinage die tevens ook de minnaar was van mevrouw Maillot. Ook weet hij wie Louise heeft vermoord namelijk mevrouw Maillot die door de vader van Martin, dokter Rouge, hiertoe was aangezet. Ze hadden de agenda van Martin gevonden en een kans gezien om van hem voorgoed in de inrichting te laten opsluiten, want hij zou volgens dokter Rouge hen toch alleen maar tot last blijven. Als alles achter de rug is, bezoekt hij nog Marguerite Labbé op en gelooft dat zij toch genoeg liefde heeft om het met Martin te gaan redden.

Havank Terpstra

42 Schaduws gesloten boek
Tijdens de 2e wereld oorlog, zijn Bruno Silvère en Manon onder gedoken als huisknecht en kokkin op het platte land. Samen met Jean d'Aubry en zijn vriend Maurice Capron plegen zij o.a. overvallen op distributie centra's waarbij de Schaduw, verkleed als een gezette vrouw de bijnaam madam de Pompadour krijgt. Als op een avond de Schaduw (nog steeds werkzaam bij de Sûreté Nationale) en Lola het cabaret Chez LouLou bezoeken krijgen ze door de eigenaar Jules Finesse problemen (Lola moest tegen haar zin zingen) waarbij zelfs de Duitse SD aan te pas moet komen om de orde te handhaven. De leider hiervan blijkt Duvier te zijn (zie het raadsel van de 3 gestalten) en de ontmoeting resulteert er in dat hij, Lola en kleine Charles enkele dagen later worden opgepakt. Duvier die zegt dat hij hier niet achter zat laat de Schaduw gaan ondanks de bezwarende getuigenis van Jules Finesse maar laat wel doorschemeren dat hij heel veel weet van het verzet, zelfs wie madame de Pompadour is. Thuis aangekomen blijken Lola en de kleine Charles te zijn verdwenen. Jean d'Aubry komt er achter dat ze mogelijk in de gevangenis van Montereau zitten, waar ene Binet de baas is, maar de bevrijdingspoging pakt slecht uit. Ze vinden wel Lola maar zij, de Schaduw, Maurice Capron en de andere medeplichtigen worden gevangen gezet, slechts Jean d'Aubry en ene Tom zijn ontkomen. Duvier laat de Schaduw weer gaan maar thuis aangekomen vindt hij Lola doodgeschoten in de gang en de kleine Charles in zijn ledikantje met in zijn armen nog zijn speelgoed beertje. De Schaduw zweert persoonlijke wraak, maar na de oorlog zijn Duvier en Finesse onvindbaar. Vele jaren na de oorlog komt Maurice Capron hem opzoeken met de mededeling dat hij werkt als medewerker van een begrafenis ondernemer en dat iemand onder de naam van Boiset de oven in moet maar dat hij ervan overtuigd is dat het Jules Finesse is. Ze worden beschoten en de Schaduw ontdekt dat Jules vergiftigd was. Sporen leiden naar ene Guillaume Courtier, de prediker, al waar hij ook kennis maakt met ene Fégrand die onomwonden verteld dat volgens hem Boiset vermoord is. De Schaduw heeft de hulp van Jean d'Aubry ingeroepen en maakt daar kennis met de blonde en ranke vriendin van Madeleine, Flora Soustellen (kinderpsychologe) die hij eerst maar een klein kreng vindt. Later komen ze op het spoor van een oud medewerker van Duvier ene Dunoeff die nu welgesteld in Parijs woont. Samen met Flora zet de Schaduw een toevallige ontmoeting in scéne om Dunoeff te ontmoeten in de haven / op zijn boot. Hij doet zich voor als iemand die gestuurd is door Duvier maar later wordt hij ontmaskerd door "sproetemans" ene François en zij worden door hun overvallen op hun (gehuurde) boot 'de Hinrondelle'. Dunoeff wordt hierbij door Flora in zijn arm getroffen en Flora in haar buik, maar gelukkig worden ze ontzet door een aantal moedige zeilers die op de schoten waren afgekomen. Als later de Schaduw Dunoeff opzoekt komt hij er achter dat Duvier en Finesse Dunoeff vanuit het buitenland chanteerde met zijn verleden en meer.... Hij bezoekt Maurice Capron en deze bekent dat hij tijdens de martelingen was doorgeslagen, en toen Finesse hoorde dat Duvier Lola en de kleine Charles had vrijgelaten heeft hij Maurice gedwongen om hun te vermoorden. De Schaduw die persoonlijke wraak had gezworen om zich te wreken voelt dat nu niet meer. Hij kan eindelijk zijn gesloten boek als opgelost afsluiten. De vriendschap met Flora blijft...C'est la vie.

Havank Terpstra

43 Schaduws medelijden
De Schaduw en Flora verblijven op Mallorca voor een vakantie bij Harro Vance en Anne-Marie hun villa "Las Golondrinas" Tijdens een bezoek aan het dorpje Alcudia krijgt de Schaduw medelijden met de buschauffeur Oscar Pacheco welke door Dom Jaime gedwongen wordt om aan een reconstructie van de moord op zijn vrouw mee te werken waarbij hij wordt uitgejoeld en bespuugd door zijn dorpsgenoten. Ze komen aan de bouwkeet waar hij 3 huizen aan het bouwen was, en in het eerste huis in de kelder ligt opnieuw een lijk ditmaal van Antonio Valdés de verloofde van Teresa Guas (een zeer pittige tante) zij zouden ook in 1 van de 3 huizen komen te wonen. De Schaduw twijfelt aan de schuld van Oscar Pacheco, volgens zijn achterlijke zoon Manuel hadden ze altijd ruzie over geld en volgens ingewijden ging de vrouw regelmatig vreemd o.a. met een weduwnaar Ramon Cueva. Voor zijn buurman Juan Esplá zou Oscar het derde huis bouwen maar i.v.m. geld problemen moet deze financieel bijspringen. De Schaduw krijgt s' avonds bezoek van de weduwnaar die hem adviseert om zich er niet mee te bemoeien waarbij de Schaduw een hoofdwond oploopt. Natuurlijk luistert de Schaduw niet als Juan Esplá verdwenen is, in de kelder van het 1ste huis is ditmaal weer wat te vinden, ditmaal geen lijk maar een klein lijkkistje met een briefje. Tijdens een bezoek aan Don Jaime wordt Flora ontvoerd. Uit een gesprek met Oscar Pacheco in zijn cel wordt de Schaduw slechts iets wijzer, Oscar stop woordje hierbij is "niet verstaan". De Schaduw besluit met Harro om de zaak te forceren en bevrijden buiten medeweten van Don Jaime Oscar Pacheco en komen zo terecht bij de schuilplaats van de weduwnaar in Porto de Pollensa. Ze ontdekken daar de vastgebonden Flora en Teresa alsmede Juan Esplá. Tijdens de bevrijdingspoging worden ze overmeesterd door de weduwnaar en nog 2 van zijn handlangers Soto & Mauki maar weten uiteindelijk toch de situatie meester te worden waarbij het geboefte het bekende loodje legt. Oscar Pacheco werpt zich in de ontknoping nog voor Flora op het moment dat de weduwnaar haar wil neerschieten en houd er een borstwond aan over. Het blijkt dat de weduwnaar gezocht wordt voor diverse misdrijven, de Schaduw vermoed dat er onder 1 van de huizen de buit ligt van 1 of meerdere misdrijven en dat daarom de bouw gestopt moest worden. Omdat Juan Esplá geld gaf aan Oscar werd ook hij gewaarschuwd dit niet te doen en overgehaald om zich aan de zijde van de weduwnaar te scharen. De vrouw van Oscar vermoedde ook al dat er iets niet klopte moest toen vermoord worden. Op het kantoor van Don Jaime weet de Schaduw ook de persoon te ontmaskeren die de vrouw van Oscar heeft vermoord, dit gebeurde niet door de weduwnaar maar door ....Teresa zijn liefje waarmee de weduwnaar Ramon Cueva er vandoor had willen gaan. Mauki had zich versproken toe hij sprak "houd beide onderschot" terwijl Harro, Flora EN Teresa in de kamer waren.... Op de terug weg had Flora in het Frans ook al het e.e.a. toegesproken over hoe Teresa de weduwnaar omhelsde en hoe zij zich liet vastbinden. Als de Schaduw de zware make-up van Teresa's gezicht halen zien ze krauwen, namelijk die van Oscars vrouw.

Havank Terpstra

44 Schaduw op het kerkhof
De Schaduw en Flora brengen de laatste dagen van het jaar door bij Elly en Hans Uyttenbogaert de Amsterdamse hoofdinspecteur. Tijdens een treinreisje vergezeld de Schaduw Uyttenbogaert en schikt wakker als een klein jongetje, Gerritje Bruin uit de Newtonstraat 188, roept dat hij heeft gezien hoe iemand een vrouw doodsloeg op een kerkhof. Ze besluiten om eerst de auto op te halen en ondanks de hevige sneeuwval het plaatsje te bezoeken. Daar wonen postcommandant Van Rossum met zijn vrouw, boer Kolthof en zijn dochter Verone. Samen ontdekken ze het lichaam van een vrouw maar niemand kent haar. Bij de Uyttenbogaerts komt ene Majoor Bernard Natterman van de rijkspolitie die graag wat hulp van zo´n bekende speurder kan gebruiken wat de Schaduw natuurlijk toch wel van plan was. In het kleine kerkje ontdekt de Schaduw merkwaardige sporen, en maken kennis met de binnenvaart schipper en antiekhandelaar Jan Patijn (verliefd op Verone en zij op hem) en zijn dove, alcoholistische moeder op hun boot, met Boer Argicola. De dode bleek ene juffrouw Elize Luxwolda een antiekhandellaarsters uit Amsterdam. Middels de lokale caféhoudster komen ze er acher dat het mogelijk iets te heeft met de ets van Rembrant die ze had gevonden, gekocht van ene Loetje van Boven ook antiquair uit Amsterdam voor de som van 3 gulden maar welke wel een paar duizend gulden waard blijkt te zijn. Jan Patijn bood haar aan om deze voor haar te verhandelen maar ook na het nodige aandringen weigert zij. Loetje van Boven komt toevallig ook in het café en vind dat hij recht heeft op de helft van dat bedrag. Tijdens het verlaten van het café fluistert de vrouw nog dat deze vrouw op de bewuste dag werd opgewacht door....boer Kolthof. Net buiten gekomen roept Jan Patijn hun dringende hulp in, Verone zou hij hevig bloedend naast haar vader hebben gezien. De Schaduw ontdekt dat ze in het kerkje van de trap in de toren is gevallen en ontdekken ...de ets. Na nog wat onderzoek en de nodige telefoontjes komen ze er achter Elize iets had met meerdere mannen, en ook met boer Kolthof. Deze wilde de ets voor haar wel veilig opbergen. Maar Loetje van Boven had deze gepikt op aanwijzing van Jan Patijn. Jan Patijn had de ets en een grote kandelaar opgeborgen in het torentje van het kerkje en Verone had dit ontdekt. Uit het laatste verhoor wat Uyttenbogaert en de Schaduw houden op de boerderij komen zij achter de waarheid die luid...toen zij Elize aanzag komen trok ze in paniek een jas en pet van haar vader aan om naar Jan Patijn toe te gaan en te waarschuwen. Onderweg had zij de spullen uit het kerktorentje gepakt maar Elize zag haar gaan. Zij wilde terug gaan maar Elize zach haar lopen en wilde van Verone meer weten. Zij achtervolgde Verone waarbij Elize hysterisch werd en Verone haar neersloeg met de kandelaar. Na de bekentenis rent ze naar buiten en zowel de Schaduw als Uyttenbogaert kunnen niet meer voorkomen dat zij zich voor de trein werpt. Deze laatste dag van het jaar zal niet afgesloten worden met alleen maar vrolijkheid maar ja...C'est la vie.

Havank Terpstra

45 De schaduw en de zwarte hond
De Schaduw maakt kennis met de vriendelijke zwarte hond Bianca van een kruidendokter in de bar van de heftig kuchende Jean Revoir en Barbette. Barbette moet niets van de hond hebben. De Schaduw zit hier met Brongé een oude onderwijzer, Louis een afgekeurde militair en met Davon een lagere ambtenaar in buitendienst. De heer Brongé geeft de vreemdeling de tip om het 800 meter verder op gelegen hotel Mobile op te zoeken omdat men daar niets tegen honden heeft. De Schaduw krijgt nog even de indruk dat Jean en de kruidendokter elkaar kennen. Die nacht werkt hij nog verder aan een minder urgente zaak die hij af wil maken voordat de andere dag Silvère, Manon en Flora op visite komen, als er plots een hond verschrikkelijk gaat huilen. Volgens Croquebol omdat het volle maan is, de Schaduw denkt ook aan andere dingen en besluit om zomaar een "beleefdheidsbezoekje" te gaan brengen aan de plaatselijke politie commissaris Peugeot. Zijn voorgevoel komt uit want de kruidendokter is verongelukt in zijn auto, het blijkens de gesaboteerde remleidingen is het moord. Als de Schaduw de weduwe van Jacques Docteur wilt inlichten blijkt de dokter nog spring levend, echter niet voor lang, als de Schaduw zijn spreekkamer heeft verlaten hoort hij een schot. De echte dokter is vermoord en slechts een grijze Renault is 1 van de weinige aanwijzingen. De weduwe had haar citroën Ami aan hem de nep kruidendokter gegeven inclusief papier maar weigert zijn naam te zeggen. De voornaam komt hij te weten van de assistente Lisette Prosit die hij samen met haar vriend Maurice aantreft in de "leeuwenkuil" van bar Ludique. De zwarte hond blijft maar rondspoken en Peugeot krijgt reactie op de foto van de namaak kruidendokter in de krant en wel van de vrouw van Robert-Pierre Partot, Ondine Partot-Millé uit de Dujardinstraat 4 in Grasse. Tijdens haar verhoor belt ene meneer Pablé op en de vrouw schikt van de naam, de Schaduw vraagt verder en komt er achter dat deze Arhtur Devin heet en samen met haar man in wat duistere zaakjes verwikkeld waren. Deze Arhtur Devin woont in de Rue Admiral 77 te Grasse en samen met Bruno Silvère worden ze gelijk gevangen genomen door ene Fidonc tot groot ongenoegen van Devin ene Guillaume en...een vrouw genaamd Françoise. Voordat de Schaduw en Bruno Silvère naar een afgelegen plaats worden ontvoerd laat zij nog een paar briefjes achter in het huis welke later door de ongeruste Flora en Manon worden gevonden. Via de briefjes wachten zij in bar Ludique op Guillaume hij dient namelijk van de (nieuwe*) baas Odineur te horen wat er met de twee heren moet gebeuren. Als deze terug rijdt om de boodschap over te brengen wordt hij overmeesterd door Flora en Manon. Zij dwingen hem naar de schuilplaats terug te rijden en weten met behulp van Françoise de bende op te rollen. We maken verder kennis met commissaris Bernet, inspecteur Boldeu, Lecoin de voetstappen specialist en Lebleu de assistent van Silvère. Als de Schaduw Jean Revoir verhoort blijkt dat de echte Jacques Docteur* de leider was van de bende en dat Jean hem gebeld had waar de nep dokter logeerde, deze werd met de hond een gevaar voor de bende. Jean zag s' nachts hoe Jacques de auto saboteerde maar hij werd op zijn beurt weer gezien door Jacques die dreigde ook met hem af te rekenen. Jean bestierf het van angst maar bedacht dat hij beter als eerste kon toeslagen en hij vermoorde Jacques, maar bij het wegkomen werd hij gezien door Guillaume die stom toevallig de baas kwam opzoeken. Het blijkt dat Jean en Robert-Pierre ooit op de uitkijk hadden gestaan toe de bende een heel gezin uitmoordde, toen hun hond op de weg bleef staan hebben ze hem uit medelijden maar meegenomen. Jacques die helemaal op is van de zenuwen schiet de huilende zwarte hond uiteindelijk neer voordat hij in de cel beland. De Schaduw bezoekt nog eenmaal Françoise in haar cel en belooft een goed woordje te doen. Zij heeft pas een echte "braverd" aan de haak geslagen die op haar wel wil wachten tot zij vrij komt...C'est la vie.

Fun books

Choose a genre